Lidstaten moesten er 23 jaar op wachten: een 'voldoende' voor besteding EU-budget van Rekenkamer (De Volkskrant)

28 september 2017

Voor het eerst in 23 jaar geeft de Europese Rekenkamer een voldoende aan de EU-landen voor de manier waarop ze de gelden uit het EU-budget (in 2016: 136,4 miljard euro) uitgeven. Het foutenpercentage bij de uitgaven ligt met 3,1 procent nog steeds boven het maximum dat de Rekenkamer hanteert (2 procent) maar het gaat de goede kant op.

Alex Brenninkmeijer, het Nederlandse lid van de Rekenkamer, spreekt over een 'doorbraak'. 'Als wij als accountant na zo veel jaar eindelijk een bemoedigend oordeel geven, lijkt me dat reden voor een klein glaasje prosecco', aldus Brenninkmeijer over het controleverslag van de Europese uitgaven in 2016 dat vandaag wordt gepresenteerd.

Het kan nog beter als de lidstaten, die bijna 80 procent van de EU-subsidies beheren, alle beschikbare informatie over potentiële onregelmatigheden zouden gebruiken. Het foutenpercentage kan dan met eenderde omlaag.

Sinds de Rekenkamer in 1994 de ontvangsten en uitgaven controleert gaf ze steevast een afkeurende verklaring. Te veel betalingen waren niet conform de regels, meestal vanwege de complexiteit ervan, door administratieve slordigheden en laksheid bij nationale ambtenaren omdat ze de EU-subsidies niet als 'hun' geld zagen. Fraude met EU-geld komt niet vaak voor.

Directe invloed had dat negatieve oordeel van de Rekenkamer niet: de lidstaten en het Europees Parlement keurden 22 jaar lang de jaarcijfers toch goed. Maar mede door de druk van de Rekenkamer daalde het foutenpercentage: van 4,5 procent in 2013 naar 3,1 procent in 2016. De verantwoordelijke ambtenaren letten beter op en soms zijn de regels vereenvoudigd.

'Goedkeurende verklaring met beperkingen'

Die dalende trend is voor de Rekenkamer aanleiding om voor de eerste keer geen afkeurende verklaring te verstrekken maar een 'goedkeurende verklaring met beperkingen'. De 'beperking' zit bij ruwweg de helft (66 miljard euro) van de uitgaven: vergoedingen voor kosten die gemaakt worden bij projecten. Daar bedraagt het foutenpercentage 4,8 procent. Bij de directe betalingen (inkomenssteun boeren; salarissen en pensioenen EU-ambtenaren) gaat bij 1,3 procent van de betalingen iets verkeerd. Deze EU-uitgaven zijn eenvoudiger en daardoor minder foutgevoelig.

De meeste onregelmatigheden (4,9 procent) komen voor bij de uitgaven (14 miljard) voor milieuprojecten, plattelandsontwikkeling (innovatie boerderijen, armoedebestrijding landelijk gebied) en visserij. Ook bij de uitgaven voor armere regio's (35,7 miljard) was het foutenpercentage hoog: 4,8 procent. Steeds ging het om instellingen en mensen die ten onrechte EU-subsidie ontvingen en fouten bij de aanbesteding van de projecten.

Niet alleen of de euro's rechtmatig zijn besteed, maar ook of de burger waar voor zijn geld krijgt

De Rekenkamer schrijft dat nogal wat lidstaten moeite hebben de toebedeelde EU-subsidies te gebruiken. Goede projecten ontbreken, waardoor het geld op de plank blijft liggen. Voor Litouwen, Bulgarije, Letland en Roemenië gaat om forse bedragen: goed voor meer dan 20 procent van hun bruto binnenlands product. Luxemburg, Nederland, Denemarken en België zijn juist zeer efficiënt in het opmaken van de toegezegde EU-gelden.

'Geld zoekt project', komt volgens Brenninkmeijer nog te vaak voor. De komende jaren gaat de Rekenkamer meer aandacht besteden aan de doelmatigheid van de EU-subsidies. Brenninkmeijer: 'Niet alleen of de euro's rechtmatig zijn besteed, maar ook of de burger waar voor zijn geld krijgt.' Een slecht voorbeeld noemt Brenninkmeijer met EU-geld gebouwde luchthavens waar geen passagier verschijnt.

https://www.volkskrant.nl/economie/lidstaten-moesten-er-23-op-jaar-op-wachten-een-voldoende-voor-besteding-eu-budget-van-rekenkamer~a4518903/